
Dit is de voorkant van het programma zoals dat werd uitgegeven ter gelegenheid van de Internationale Wedstrijd worstelen, op Zondag 29 November 1942, tussen de Utrechtse Athletiek- en Worstelvereniging "De Halter" en "Sportinghal" uit Antwerpen-België. De gewichthefwedstrijd is, blijkens de aankondiging, tussen De Halter-Utrecht en Hercules-IJmuiden en zal plaatsvinden in het gebouw voor Kunsten en Wetenschappen aan de Mariaplaats in Utrecht. Dit meer dan zestig jaar oude Programmaboekje geeft aan dat de toegangsprijs 40 cent is! En je kunt je laten knippen en scheren voor 15 cent! Dit programmablad toont ook nog duidelijk aan dat er in die jaren sprake was van een andere aanduiding dan: Utrechtse Krachtsport Vereniging! Men heeft het in deze aankondiging over de: UTRECHTSCHE ATHLETIEK - EN WORSTELVERENIGING "DE HALTER". Dat impliceert dat men ooit ook aan atletiek heeft gedaan.

De binnenzijde van dit programmaboekje doet bij u meteen een belangrijke vraag rijzen, namelijk: "Als De Halter is opgericht op 1 mei 1921, hoe is het dan mogelijk dat men op 29 november 1942 spreekt over HET EERSTE LUSTRUM?" Zoals iedereen weet is een lustrum een periode van vijf jaar! En men heeft het duidelijk over een wedergeboorte! Ook blijken een vijftal mensen besloten te hebben tot wederoprichting van De Halter. Gegevens, afkomstig uit een nieuwe bron, leverden echter de volgende feiten op: "Tot 1937 zijn alle activiteiten van de vereniging, door de economische malaise, vrijwel tot nul teruggevallen. De club is evenwel nooit opgeheven geweest! Een aantal mensen heeft in '37 de draad weer opgepakt, wat door hen is ervaren als een soort wedergeboorte van de club. Vooral zij voelden dit in 1942 als een soort eerste lustrum. Na enige tijd, zowel letterlijk als figuurlijk, te hebben geworsteld met het probleem van een oefenruimte, kon men zich al spoedig aanmelden tot de N.K.S.-bond (Nederlandse Kracht Sport-bond). De opbouw van de vereniging kon worden begonnen onder leiding van de instructeur H.Hooft. Met wisselend succes, zoals Willem Hooft zegt in zijn beschouwing. Bij het eerste lustrum is men zelfs in staat een dusdanige ploeg op te stellen, dat het gerechtvaardigd is het op te nemen tegen een Belgische vereniging. Terecht stelt hij vast dat worstelen en gewichtheffen meer is dan krachtpatserij.
Het hoofd van het toenmalige Medische Sportkeuringsbureau, de
arts Dr. P.C. Koppert, geeft
aan zich met genoegen te hebben gewijd aan de keuring van de
krachtige, gespierde beoefenaren van deze sport. Zijn bezoek aan
wedstrijden heeft de gunstige indruk die hij had nog meer versterkt;
een faire kamp tussen krachtige mannen onder de regels van het
Grieks-Romeins worstelen.
Helaas is er
niets bewaard gebleven over deze internationale wedstrijd tussen de Nederlanders en de Belgen. Dat neemt echter niet weg
dat dit programmablad een schitterend stukje nostalgie vertegenwoordigd. En zeker de ouderen onder u zullen hier met plezier
op terugblikken!

Nadat in 1919 een Nederlandse club voor het laatst op de mat was gekomen tegen een
gerenommeerde Deense worstelclub, was het op Zondag 20 October 1946 eindelijk
weer zover dat een Nederlandse club aantrad tegen onze Noorderburen. In
een uitverkocht N.V.-Huis aan de Oude Gracht te Utrecht. De
opening werd verricht door Haltervoorzitter M. Rietveld en
de Voorzitter van de K.N.K.B. dhr. Th.H. Berndsen, die de Deense gasten in het Engels toesprak. De
kamprechters voor dit internationale treffen waren de Deen E. Reimer en de Utrechter A. Hooft. Als
scheidsrechter trad op de Culemborger A.G.Toonen.

In het Vlieggewicht kwam Sjef de Jong op de mat tegen de 17-jarige L.Andersen. Ondanks zijn leeftijd al een uitstekende worstelaar. Onbeslist na 6 minuten. In de kniebrug nam de Jong een gehaakte armgreep over en bracht de Deen op zijn schouders. 0-3.
In het Extra-Vedergewicht nam Gerard Alflen het op tegen F. Sidor.
Een links voorstaande worstelaar, die enkele snelle armzwaaien in huis
bleek te hebben. Via een geweldige inspanning wist de Utrechter nog uit
een brugstand te komen, waarin hij was belandt door een fraaie
middelgreep van Sidor. Even later moest hij toch de eer laten aan zijn
tegenstander, die hem op de schouders bracht met een meesterlijke
heupzweaai. 3-0.
Het spektakelstuk van de ontmoeting met de Denen was ongetwijfeld de strijd in het Vedergewicht tussen Joop van Veltum en E. Frandsen. De Deen was met zijn middelgrepen volkomen gewaagd aan de Utrechtse 'Middelgreep-specialist' Joop van Veltum. Tot driemaal toe wist
de Halterman zich (dankzij zijn ongelofelijke lenigheid) ternauwernood te redden, maar daarna had hij de Deen door en stelde zich daarop in
met sublieme overnames! Tot tweemaal slaagde hij erin zijn tegenstander
in brugstand te brengen. Uit een middelgreep om het gebogen lichaam
volgde een overgenomen okselnekgreep met overslag en zo kwam de Deen op
zijn schouders. 0-3. Van Veltum werd dik verdiend winnaar van de Stijlprijs.
In het Lichtgewicht de sterke Jan Schrijvers tegen V. Jensen. Geen gemakkelijke tegenstander! De eerste 6 minuten gaven een onbeslist te zien, doch in de kniebrug wist de Deen wat punten te verzamelen. Deze voorsprong wist hij in staande positie te behouden waardoor hij op punten won. 3-1. Een stugge partij in het Licht-Middengewicht tussen Louis van der Pijl en S. Wexlō. De Deen werkte veel aan de onderarm waardoor hij enkele schamele puntjes wist te verzamelen. Amper genoeg voor een nipte puntenzege. 3-1. De ontmoeting in het Middengewicht van Henk Hooft tegen J. Jensen was eigenlijk een kopie van het lichtgewicht. Hooft is altijd goed in de verdediging, zo ook nu weer. Helaas kon hij niet voorkomen dat de Deen (die niet in de val liep bij Hooft) op sluwe wijze enkele punten wist te scoren in kniebrug. Het einde kwam met een puntenoverwinning voor Jensen. 3-1. Henk de Nijs Jr. kwam in Zwaar-Middengewicht tegen G. Bōtker en demonstreerde enige minuten lang, dat de zenuwen hem de baas waren. Die beheersten hem kennelijk zozeer, dat hij bij het uitvoeren van een middelgreep van voren, schijnbaar dusdanig van de geboden kans schrok, dat hij zijn tegenstander gewoon losliet! De Deen bracht hem in brugstand en trok op ongeoorloofde manier zijn hoofd uit de mat. Gelukkig ontging dat scheidsrechter Toonen niet. Bōtker beperkte zich daarna tot verdedigen, wat hem met een 3-1 uitslag de overwinning opleverde. In het Zwaargewicht had De Halter zich versterkt met Piet Arts van Hercules(Amsterdam). Deze deed het uitstekend tegen H. Frederiksen. Beiden worstelden een beweeglijke partij door Piet Arts met een prima heupzwaai gewonnen.
>>> Vertrek van Schiphol op 10 april 1947 <<< Op donderdag 10 april 1947 vertrok een kleine Nederlandse delegatie van vier man om aan de Europese Kampioenschappen Worstelen (Gr.Rom.) in Praag, Techo-Slawakije deel te nemen op 11- 12 en 13 april. Hoewel mij van de resultaten niet al teveel bekend is, is het misschien de moeite waard te weten dat in de klasse van Klaas de Groot (79 kg.) Nikolai Below (RUS) Wereldkampioen werd. In de klasse van Harry Weitner Sr. (87 kg.) werd de eerste plaats bezet door de Rus Konstantin Koberidze. Ook in het zwaargewicht (boven 87 kg.) won een Rus, Johannes Kotkas, de gouden medaille. In de klasse tot 73 kg. kwam Wim de Greef al in zijn eerste partij tegen de drievoudige Europese, Wereld- en Olympische Kampioen de Turk Yasar Dogu.
"Utrechtse Selectie -- Westfalen Selectie (Dld.)"De Utrechtse Selectie (aangevuld met Superzwaargewicht Gerrit Duprie van S.S.S.-Alkmaar) en
onder leiding van Coach Gerard Ram, kwam ook nog eens op de mat tegen een Duitse selectie uit
Westfalen. Utrecht won
overtuigend van de West-Duitsers.
>>Internationale Stedenwedstrijd "België - Nederland"<< Het blijft een opmerkelijk gegeven dat zo kort na de Tweede Wereldoorlog, met ook nog die verschrikkelijke hongerwinter, Nederland alweer over een aantal voortreffelijke worstelaars beschikte, die ook internationaal in staat bleken uitstekend partij te bieden! Misschien vertel ik de huidige generatie worstelaars iets nieuws, maar onder de worstelaars van na de oorlog waren ook jongens die enkele jaren weggevoerd waren om als dwangarbeider te werken in Duitse fabrieken.
Hoewel de Belgen en de Hollanders aan elkaar gewaagd waren won Utrecht, na veel spanning, verdiend van het worstelteam van Antwerpen. Helaas was de uitslag van de individuele partijen niet meer te achterhalen (meer dan 50 jaar geleden!!!), maar uit de mond van een van de deelnemers uit deze Semi-Interland, Joop van Beurden (op dit moment in 2004 inmiddels 80 jaar en gezond van lijf en leden!), mochten we de volgende anekdote optekenen. Hij namelijk moest het opnemen tegen de zoon van een van de Antwerpse kopstukken. Maar laten we Joop van Beurden aan het woord laten:
Nou, al direct toen duidelijk was dat ik tegen zijn zoon op de mat zou komen, kreeg ik een opsomming van de man, van alle prijzen welke zijn zoon had gewonnen. Kortom, hij was kampioen van bijna alles waarin je maar kampioen kunt worden. Ja, eigenlijk had Belgie te weinig provincies, want zouden er meer zijn geweest, dan zou hij daarvan ook nog kampioen zijn geworden. Om kort te gaan, ik moest me er maar bij neerleggen dat ik al bij voorbaat van zijn zoon had verloren! En zou ik in het onmogelijke slagen, dat ik van zijn zoon zou winnen, dan zou ik van hem een pond biefstuk krijgen! De man was namelijk slager! Als ik u nu vertel, dat zo kort na de oorlog een pond biefstuk nog heel wat was, dan zult u begrijpen dat ik dat wel wilde verdienen. Wel, het onmogelijke gebeurde! Joop van Beurden (bijgenaamd: De Taaie!) won van die onoverwinnelijke zoon! Wat zegt u? Nee, die biefstuk van een pond heb ik nooit gehad!"
(Noot van Joop van Beurden: "Waarom ik 'De Taaie' werd genoemd? Omdat ik bijna niet op m'n rug was te krijgen; ik wist er altijd wel weer uit te komen!")
>>> Antwerpen - Utrecht <<< Wim de Greef die op de mat kwam tegen H. Wuydts won zijn partij overtuigend. Worstelaars als o.a. Henk Hooft kunnen we helaas niet meer vragen welk resultaat zij hebben behaald tegen de Belgen, omdat zij niet meer onder ons zijn.
>>> De Halter (Utrecht) - Hoch Emmerich (West-Duitsland) <<<Een uitgebreide selectie van "De Halter" staat op bovenstaande foto aangetreden om de strijd aan te binden met een van de gerenommeerde worstelteams uit de Duitse Bundesliga. Het sterke "Hoch Emmerich" moest in dit twaalftal van De Halter echter z'n meerdere erkennen. Naast ongelooflijk spectaculaire worstelaars als Joop en Henk de Nijs Jr., en Leo Piek en Tom van Oort, stonden er ook nog eens (liefst!) vijf van de gebroeders Alflen in deze selectie. Om een beeld te geven van hoe de top in het Nederlandse Lichtvedergewicht eruit zag, de volgende overdenking: "In de vereniging was op dat moment al sprake van een machtsstrijd in het Bantamgewicht (57 kg.) tussen vier clubgenoten, namelijk de gebroeders Loek, Eduard en Gerard Alflen en Joop van Beurden! En niet onderaan of in het midden: nee, in de absolute top van het vaderlandse worstelen."
>>> "De Halter (Utrecht)" - "Hohen Limburg" (Dld.) <<<Worstelaars en supporters
zullen ongetwijfeld met veel plezier (en ook wel met een beetje
weemoed) terugdenken aan de jaren waarop De Halter het talloze malen
opnam tegen sterke buitenlandse worstelclubs. Hoewel De Halter
ook internationale wedstrijden worstelde tegen clubs uit Belgie,
Denemarken, Zweden en Frankrijk, kwam onze club tegen de Duitsers nog
het meest op de mat. Hoewel toen een club uit de Duitse Regional Liga,
als "Hohen Limburg" toch
gerekend mocht worden tot de sterkere Duitse
Worstelclubs. Maar ook hier trok De Halter weer aan het langste eind.
Overigens is de jeugdige worstelaar, uiterst rechts met vlag, de
middelste van de drie zonen van de populaire (in 1963 op 40-jarige
leeftijd overledenTrainer/Coach) Louis van der Pijl.
"De Halter - Utrecht" - "Polizei Sport Verein Hamburg" (Dld.)In de wedstrijd tegen de "Polizei Sport Verein Hamburg" is het nooit echt duidelijk geworden hoeveel 'politie-agenten' er nu werkelijk in het team van de PSV-Hamburg zaten. Wat wel al snel duidelijk werd was, dat die 'Deutscher Polizei Ringern' de gewone burgers van De Halter niet konden afstoppen met : "Halt, Polizei!" Nee..., daar moest ook nog een beetje voor worden geworsteld, en dat deden de Halterjongens nou net een stukje beter. Met een dikke nederlaag werd de politie van Hamburg weer terugstuurd naar de stad van de Reperbahn!
Ook de Zweedse worstelclubs wisten in die jaren De Halter te vinden. Meerdere malen ondernamen Scandinavische worstelaars de verre en lastige reis naar Holland om het tegen de gerenommeerde Utrechtse worstelclub De Halter op te nemen. Van de Zweedse worstelaars is bekend dat zij vaak een belangrijke rol weten te spelen op de grote internationale tournooien. De Halter kon dus altijd rekenen op geweldige tegenstand van de Zweden. Hier neemt Leo Piek het op tegen de sterke Zweed Rune Anderson, die hij met een middelgreep-achterover op de schouders weet te brengen. Voor deze hoogstaande internationale krachtmetingen werd dan ook vaak een beroep gedaan op de Amsterdamse topscheidsrechter Anton Melchers. Overigens was Anton Melchers in die jaren ook het hoofd van het Nederlandse scheidrechterscorps en tevens de man onder wiens leiding de scheidsrechterscurssussen tot stand kwamen.
"Centrale Training op het C.I.O.S. in Overveen".Op het CIOS in Overveen werden de Nederlandse deelnemers aan de wereldkampioenschappen voorbereid onder leiding van Bondsoefenmeester Henk Hooft. De Centrale Trainingen vonden vrijwel altijd plaats in de weekenden, waarvoor soms twee dagen werden uitgetrokken. Op de foto enkele prominente worstelaars uit die tijd als Loek Alflen, Henk Emo, Piet Arts en Henk de Nijs Jr.
In de Løjt Kirkeby Hallen in het Deense Aabenraa, nam op die zondag in november 1973, De Halter met een niet volledige afvaardiging deel aan een groot Internationaal Worsteltournooi in Aabenraa-Denemarken.

In het Bantam (57kg.) met 4 deelnemers kwam voor ons Ignaz Hutter op de mat. Met 2 touchéoverwinningen en 1 puntennederlaag, werd hij tweede achter Benny Jensen van Thrott. Met 9 deelnemers in 68 kg. moest Henk van Rossum alleen in de fameuze Sven Skystrup (Alsia) zijn meerdere erkennen. Met een touché- en een puntenzege, finishte hij op de derde plaats. In de klasse tot 74kg. (met 6 deelnemers) moest ook Henk Worst twee Denen in de rangschikking voor laten gaan. Van de winnaar in deze klasse, Tage Weirum van Heros (een echte klasseworstelaar!) verloor Henk in de finale op touché. Ook hij werd derde. Adri Bosman was veruit de sterkste in 82 kg. van de 6 deelnemende middengewichten. Met drie touché- en een puntenoverwinning verwees hij overtuigend de Denen Bent Jensen (F.F.I.) en Oluf Kristensen (FREM) naar de 2e en 3e plaats. Met recht...Ari Bosman op z'n best! Ook Willem Verbon eindigde in dit tournooi als eerste. In 100 kg. (4 deelnemers) moesten Sayed Dayahem van Skovbakken en Henning Thomsen van KIF ervaren dat de oersterke roodharige Hollander een maatje te groot was voor hen. Met twee plaatsen, was De Halter met slechts 5 deelnemers behoorlijk succesvol!
Dat het internationaal reizen, om overal ter wereld deel te nemen aan grote worsteltournooien, niet altijd zonder gevaar is, bleek op 12 april 1966 toen de Russen AWTANDIL KORIDZE (Olympisch Kampioen Lichtgewicht in Rome 1960 en Wereldkampioen 1961 in Yokohama), samen met ROMAN DSNELNADSE (derde in het Vedergewicht bij de Olympische Spelen van 1956 in Melbourne), slachtoffer werden van een dodelijk auto-ongeluk in de nabijheid van Tiflis. Koridze, geboren 15 april 1935, werd dus niet ouder dan 31 jaar. Dsnelnadse, geboren 1 januari 1933, niet ouder dan 33 jaar. Beiden waren inmiddels aktief als trainers in het Russische worstelen.
Ooit ontsnapten vier worstelaars (de
bestuurder van de betreffende auto en drie anderen) van het eerste team
van De Halter maar ternauwernood aan een zeer ernstig auto-ongeluk. Dat gebeurde overigens in de zeer
vroege zondagmorgen, nadat de ploeg zaterdagsavonds had geworsteld
tegen de Polizei Sportverein Hamburg. Het hele gezelschap ging na
afloop van de wedstrijd nog eens uitgebreid stappen in het uitgaansdistrict.
Zonder er echt bij stil te staan was het inmiddels veel later geworden
dan gedacht. En toen een aantal jongens, rond vijf uur in de morgen,
hoorden dat er een danstent was in de Hamburgse haven, die om zes uur
'sochtends zou opengaan, toog een groepje richting haven. Enfin, daar
werd nog een poosje stevig doorgehaald, waarna uiteindelijk werd
besloten op weg naar huis te gaan. Het mag duidelijk zijn dat niet
iedereen meer 'echt okselfris'
was na een nacht zonder slaap. Het zal waarschijnlijk te danken zijn
aan de meer dan normale reactiesnelheid waarover goed getrainde
sportlieden beschikken dat het bij een 'bijna-ongeluk'
bleef. Op zeker moment kruistte onze provinciale weg zich met een
uitgesproken autoweg, waarop voorrang moest worden verleend. Mede door
een zekere vermoeidheid van onze bestuurder, waardoor hem mogelijk de
voorrangsborden zijn ontgaan, reed hij plompverloren die autoweg op.
Van links kwam echter met hoge snelheid een Mercedes aanzetten, die
onze bestuurder door een bliksemsnel omgooien van het stuur op het
laatste nippertje kon ontwijken. Gelukkig maakte de bestuurder van de
Mercedes eenzelfde stuurcorrectie, de goede kant op. Desalniettemin
raakte hij nog in een flinke slip.
Het voorval maakte echter nog zoveel indruk op ons - omdat we beseften
maar amper aan de dood te zijn ontsnapt - dat we nog geruime tijd langs
de kant van de weg zijn gaan staan om de emoties te verwerken. Onnodig
te zeggen dat dit zo'n goede
les is geweest, dat men nooit meer
is gaan
rijden als men redelijkerwijs kon aannemen dat er sprake was vanmeer
dan normale vermoeidheid of gebrek aan slaap.