Een dubieus verslag van de Wereldkampioenschappen Worstelen 1963 in Helsingborg-Zweden in een
bekend Nederlands weekblad. Dubieus, omdat de betreffende verslaggever (H.A.) zich als een goede vriend voordeed en de intentie leek te hebben een
positief verslag te schrijven over de worstelsport. Het vertrouwen in
de man was bij ons zelfs zo groot, dat het enige tijd later niet minder dan een koude douche was toen wij het navolgende artikel onder ogen kregen.
Na onderstaande inleiding volgt het artikel van zijn hand, in een aangehaalde versie.
(Zeer recent is uw Webmaster ter ore gekomen dat genoemde verslaggever sinds kort niet meer onder ons is. Hoewel het respect er natuurlijk is, blijft het feit van het onthutsend negatieve verslag van zijn hand in het bekende Nederlandse weekblad bestaan. Reden waarom het verslag van de hand van de heer H.A. in dat weekblad van 1963 nu wat uitgebreider aan de orde komt.)
Een wolf in schaapskleren
In tegenstelling tot sporten als bijvoorbeeld voetbal en tennis, heeft worstelen slechts zelden kunnen
rekenen op positieve aandacht van de media. Mede daardoor is de worstelsport in Nederland altijd klein gebleven. Sterker nog, is de
afgelopen 40 jaar alleen maar kleiner geworden.
Alle lof dus voor het Utrechtse College van Burgemeester en Wethouders, dat elk jaar opnieuw blijk geeft van hun belangstelling voor het
jeugdworstelen door hun aanwezigheid bij het jaarlijkse Internationale Jeugdtournooi rond Pasen! Zo ook in het jaar 2004, waarbij de
Burgemeester van Utrecht Mevr. Mr. A.H. Brouwer, het openingswoord sprak. Van Wethouder J.L. Spekman was in twee talen een zeer positief artikel opgenomen in het clubblad. Kortom, geen reden tot klagen dus voor De Halter
Dat er zo'n 40 jaar geleden ook al journalisten waren welke de
krachtsport (en met name het worstelen) niet zagen zitten, heeft
ondergetekende in 1963 in Helsingborg-Zweden ondervonden bij de
Wereldkampioenschappen Worstelen Grieks-Romeins. De Nederlandse
afvaardiging bestond toen, onder leiding van Bondscoach Henk Hooft, uit
Loek Alflen, Gerard Ram, Ab Rosbag en Gerrie Vogelzang.
Op zeker moment werd de groep daar benaderd door de heer Hans A., die
zich voorstelde als verslaggever van een bekend landelijk
weekblad. De man was uitermate vriendelijk en had een vlotte babbel.
Hij vertelde dat het zijn bedoeling was, in de vier dagen dat het
W.K.-Worstelen duurde, wat meer van de sport, haar beoefenaren en de
achtergronden te belichten. Toch al niet verwend met publiciteit voor
onze sport, zegden wij enthousiast onze volledige medewerking toe aan
deze verslaggever.
De Nederlandse Selectie voor het Wereldkampioenscap Worstelen Grieks-Romeins 1063
V.l.n.r.: Gerrie Vogelzang(Zwaargewicht; Ab Rosbag(Licht-Middengewicht);
Gerard Ram(Vedergewicht); Loek Alflen(Vlieggewicht)
Ja,
eigenlijk heeft hij
min of meer tijdens
de duur van het W.K. op onze kamer gebivakkeerd! Het hoeft dus niet te
verbazen dat wij aan het einde van het tournooi op meer dan
hartelijke wijze afscheid namen van de man.
Wie schetst enkele
weken later niet alleen onze verbazing, maar nog meer onze woede en
afgrijzen toen wij zijn
artikel in het blad
onder ogen kregen.
Voor een goed begrip moet eerst nog worden vermeldt dat Loek Alflen (wiens normale gewicht Bantam, dus 57 kg.
was), al enkele maanden tevoren door Henk Hooft was gevraagd een poging te doen het Vlieggewicht 52 kg. te halen. Dat zou hem, volgens Hooft, een grotere
kans geven in de medailles te komen. Alleen Loek Alflen zal weten hoe zwaar zijn gang naar het Vlieggewicht (52 kg.) en het
Wereldkampioenschap in Zweden voor hem is geweest.
Verslaggever H.A. : De gewichtsklasse der vlieggewichten bestond uit ´miniatuurmensjes´ en ´dwergen op kromme benen´, aldus de Weekbladverslaggever! Door de heer H.A. werd Loek afgeschilderd als een dunne
uitgemergelde timmerman, een vlieggewicht die in zijn partij tegen de voormalig Olympisch Kampioen, zijn vermagerde Utrechtse hoofd tegen de schouder van de
Roemeen legt. Bijna aandoenlijk, zoals hij het uitdrukte.
Geen woord echter van hem over de drie maanden waarin Loek Alflen, zowel prive als in zijn werk, op een vreselijke manier heeft moeten
afzien. Over de ongelofelijke mentale kracht waarover deze ´dunne timmerman´ wel
niet moest beschikken om deze slag (om aan het gewicht van 52 kg. te komen), te winnen!
Dat de man als verslaggever met een pittige reportage bij zijn baas wilde scoren, oké, dat valt te begrijpen, maar dat dat weer
eens ten koste moest gaan van een worstelteam op de wereldkampioenschappen, is iets wat wij hem ten zeerste hebben kwalijk genomen. Zonder enige
kennis van zaken kopte deze verslaggever in het jaar 1963 in zijn negatieve reportage over het werelkampioenschap worstelen in Zweden:
De sterkste mannen van Nederland zijn onderuit gehaald! Worstelaars uit alle werelddelen waren samen in Zweden, maar alleen Loek Alflen mocht een troostprijs incasseren:
Een troostprijs die volgens hem bestond uit "VEERTIEN SNEETJES BROOD VOOR EEN VLIEGGEWICHT!"
Loek stapt in Helsingborg verslagen van de mat. Een kabouter onder de worstelaars. Verliezers zijn altijd eenzaam. Hij wringt zich langs zwaardere en breder gebouwde mannen naar de kleedkamer, zo maar een Utrechts kereltje in dat wonderlijke worsteltenue, met broekspijpjes en schouderbandjes als van een antiek badpak. Nu richt men van de tribunes kreten naar twee zwaargewichten, ieder honderddertig kilo of daaromtrent, elkaar omarmend als herten, die in elkaars geweien verstrikt zijn. 's Werelds sterkste mannen. Het noodlot van hun kracht is, dat ze er zelden in slagen elkaar van de grond te tillen. Dat is triest. De zwaargewichten blijven de tien minuten van elke partij met stotende ademhaling wringen en duwen, voorhoofd tegen voorhoofd, handen tastend naar wat houvast op een glibberige huid.
Gerard Ram is de enige Nederlander die een partij wist te winnen. Hij verloot echter op punten van de 3e Prijswinnaar de
Bulgaar Ivan Ivanov en de als 6e geëindigde Turk Cevat Erdogan. Hier omklemt hij de Deen Erik Roos.Er gebeurt niets. Ze
reageren met trage oogopslag op
het fluitje van de scheidsrechter en blijven soms nog even afwezig
doorduwen als ze buiten de mat zijn geraakt. Zwetend naderen ze het
tafeltje van een jurylid, dat zich haastig terugtrekt om te ontkomen
aan verplettering. Men kan niet weten, een enkele keer valt zelfs een
reus om. Aardige jongens, ondanks hun overdreven uitvergrote lichamen.
Ze zijn de zachtmoedigen van deze wereldkampioenschappen worstelen en
zullen zich buiten de mat nog aan geen vlieg vergrijpen. Lage
voorhoofden, dat wel!
Dicht bij elkaar staande ogen, die tijdens een wedstrijd veel van het
menselijke verliezen! Alla. Mismaakte oren, waarvan de schelpen
voorgoed gezwellen zijn geworden. Goed, de zwaargewichten zijn eng
gebouwd. Istvan Kostma, de Hongaar, gaat met zijn 138 kg. naakt op de
officiele weegschaal aan de top. Vreemd genoeg ontsnappen aan zijn keel
slechts hoge kindergeluidjes! Een vogeltje in het lichaam van een
mammoet.
Loek Alflen worstelt tijdens deze wereldkampioenschappen in Zweden in de laagste klasse, die der vlieggewichten. Die der miniatuurmensjes en de dwergen op kromme benen. Loek is gewoon k l e i n e n d u n ! Hij is gewend dertien, veertien sneetjes brood naar de karweien mee te nemen. Nu mocht hij er maar vijf, de laatste weken zelfs maar twee. Na twaalf weken was hij vel over been, een vlieggewicht, en stapte met Henk Hooft, plus de worstelaars Appie Rosbag, Gerard Ram en Gerrie Vogelzang in het vliegtuig.
Ik kan mij Loek met geen mogelijkheid voorstellen als een Ajax of Odyseus, die volgens de
Griekse dichter Homerus lang geleden worstelden om een driepotige kookpot ter waarde van een dozijn ossen, met als troostprijs "een
huisvrouw, kundig in alle werk en wel vier ploegossen waard". Loek
heeft geenszins het voorkomen van een Griekse god, integendeel.
Worstelen is, ter rechtzetting van een weidverbreid misverstand, een keurige sport. Worstelaars mogen niets. Het reglement is straf gesteld:
"Verboden is het grijpen van haren, oren, vingers, kleding, geslachtsdelen, slaan, duwen, krabben, bijten, vouwen van vingers, met de vuist, de kin, de knie of ellebogen op welk lichaamsdeel dan ook druk uit te oefenen".
Die zondagmiddag zijn de Nederlanders bijeen in een Zweeds schoolgebouw, waar de deelnemers aan dit
wereldkampioenschap zijn ondergebracht. Rosbag, Ram en Alflen liggen op
bed voor een middagdutje, maar Gerrie Vogelzang zit ongedurig in zijn
onderbroek op een stoel. Vogelzang, poetische naam voor de sterkste man
van Nederland, die in de dancing Mercurius op de Amsterdamse
Nieuwendijk tegenover het cafe van Tante Leen het beroep van kelner
uitoefent. Bij de loting is het met Loek direct al mis. Die eerste
middag betreedt hij de mat om de hand te drukken van Dimitru
Pirvulescu, de Roemeen die drie jaar geleden Olympisch Kampioen werd,
maar aan de lauweren wel een scheve neus heeft overgehouden.
Ook vond de bewuste verslaggever het nodig te vertellen dat de scheidsrechter in het tricot van de worstelaars kijkt om te zien of zij geen 'verboden voorwerpen' bij zich hebben! Mijn God, elk beginnend worstelaartje weet dat de scheidsrechter kijkt of beide worstelaars een zakdoek bij zich hebben. 'Loek zou zich in een moeizame omarming met de Roemeen' over de mat hebben voortbewogen."
Groot in eigen land,Slechte reglementering
Deze strenge reglementering is het gevolg van een ruwe historie. Worstelen is stokoud. Bij opgravingen in Egypte zijn tekeningen van vijfduizend jaar voor Christus gevonden., waarop een aantal nu nog bekende grepen zijn afgebeeld. Zeven eeuwen voor het begin van onze jaartelling werd deze tak van sport opgenomen in de Olympische Spelen der Grieken, maar dan van een bikkelharde snit. Alles was toegestaan: het breken van vingers, uittrekken van haar, wurgen, afdraaien van oren en neus. Soms worstelde men voort tot de dood erop volgde. Ook nu nog denkt men dat worstelen iets is als catch-as-catch-can, die komedie van betaalde kerels, die elkaar zogenaamd verschrikklijke pijn doen. In dit opzicht onthult vedergewicht Gerard Ram nog een aardig gebruik uit worstelkringen: Als bij ons op de club een jongen een paar seconden voor de spiegel staat om zichzelf te bekijken, dan wordt ie de rest van de avond gejend. Dat is geen worstelaar. Dat is een knul, die brede schouders wil hebben om de brede schouders.
Laatste kans
Loek Alflen is al negenentwintig en in eigen land nog steeds aan de top. Hij mag het op deze eerste dag van de wereldkampioenschappen nog eenmaal proberen, een laatste kans. De kans is gering, want hij staat tegenover de Japanner Sadao Yamamoto, een slanke jongen met de huidkleur van een gerookte paling en ook zo glad. Goed, deze Japanner wint inderdaad. Even lijkt het daar niet op, als Loek Alflen zijn langere tegenstander resoluut in de taille vat, optilt en een paar meter met dat uitheemse lichaam wegwandelt. Een merkwaardig tafareel, waarvoor Henk Hooft zich in de hoek al druk maakt. Yamamoto buigt echter dit sterke staaltje van een ondervoed mannetje razendsnel om in eigen voordeel. Hij valt met Loek op de mat en is in een snelle beweging bovenman. Loek probeert schuivend en klauwend buiten de mat te raken, want dat zal zijn redding betekenen. Onder het gewicht van de Japanner verschijnt op dat benige gelaat een uitdrukking van paniek.
Kelner-uitsmijter Gerrie Vogelzang op het moment van zijn nederlaag.
De West-Duitser Johan Meilhammer drukt hem tegen het canvas van de mat.Een panische angst, die ik een dag later ook zal zien op het gezicht van Gerrie Vogelzang, machtig man van de Nieuwendijk, maar onder het gewicht van de Duitser Johann Meilhammer hopeloos met de schouders tegen de mat gedrukt. Gerrie, een knaap zoals men ze kan zien afgebeeld in steen of brons als museaumstuk of parkversiering, maar hier op het moment van zijn ondergang met vrees in de ogen. Een tientje voor zijn gedachten, contant. Loek Alflen, de andere verliezer. Hij stapt als een melacholieke muis van de mat, in de val geraakt op de eerste avond van drie dagen worstelen. Morgen is hij toerist in Zweden, de bleke beentjes dan bloot onder een korte broek. Hij mag weer eten. Veertien sneetjes brood.
Aldus in grote trekken het verslag van de Wereldkampioenschappen Worstelen Grieks-Romeins in Helsingborg-Zweden zoals deze Weekbladverslaggever in 1963 meende te moeten weergeven. Elke insider in onze prachtige sport zal weten (na dit verslag te hebben gelezen) dat het geschrevene ver afstaat van de praktijk van de worstelsport. Alleen al het aantal worstelaars met een Middelbare- en Hogere schoolopleiding weerspreken de suggesties die deze man wekt in zijn verslag vol vooroordelen! In elk geval is er indertijd naar aanleiding van dit stuk een gezamelijke protestbrief gegaan naar de redactie van het betreffende weekblad.