Prestaties te danken aan intensieve trainingen (door UN-verslaggever Hans van de Kamp)
Utrecht – Jongere
krachten in opkomst moeten ook een kans krijgen.
Ofschoon ik achttien jaar lang actief ben geweest en nog steeds tot de
top van Nederland behoor, stop ik ermee, temeer daar de vereniging
aangeeft mij op bestuurlijk niveau nodig te hebben. Als bijna 37-jarige
zie ik geen mogelijkheden meer voor de toekomstige Olympische Spelen
van 1968, en omdat deze nu wel buiten mijn bereik lijken te liggen, zet
ik nu een punt achter mijn worstelcarrière”. Dat zegt de
Utrechtse worstelaar Gerard Ram, lid van de krachtsportvereniging De
Halter en achttien jaar lang – en ook nu nog – een gevreesd
tegenstander in
tal
van kampioenschappen en tournooien.
Afscheidsduel tegen Fulton
(Antwerpen-België)
In al die actieve worsteljaren heeft Gerard Ram individueel en in
teamverband vijf keer het kampioenschap behaald. Bovendien drie keer
kampioen van Midden-Nederland, het kampioenschap van Amsterdam,
Gelderland, Oost-Nederland, West-Nederland en twee keer winnaar van de
befaamde Hercules Wimpel. Voorts rolde de Utrechtse verzekeringsagent
twee keer een interland
tegen Duitsland en België en maakte hij samen met Ab Rosbag, Loek
Alflen en Gerrie Vogelzang deel uit van de Nederlandse ploeg die
uitkwam in het Wereldkampioenschap Worstelen in Zweden (Helsingborg).
“Mijn allergrootste
tegenstanders zijn toch wel vaak de Utrechters geweest. Om er enkele te
noemen: Jan en Henk Stijlaart, Ab Rosbag, Henk Emo en tegenwoordig de
talentvolle
Luc Terpstra.
”
Voetballer Jan Ram
.De vader van Gerard RamHoe ik tot de worstelsport ben gekomen? Wel, dat is nogal vreemd
gegaan. M’n vader wilde eigenlijk het liefst dat ik zijn voetsporen zou
volgen en voetballer werd. In de vroege jaren dertig was hij
rechtsbuiten in het eerste elftal van de Utrechtse voetbalclub “De
Volharding”. De Volharding speelde pal naast het latere Veloxveld.
Omdat ik graag wilde gaan boksen, maakte Henk Pouw (die mij enkele
maanden later ook tot het worstelen bracht, hij was toen zelf al lid
van De Halter) mij attent op de boksvereniging “De Amateur’ aan de
Hopakker in Utrecht. Samen met mensen als Jan Midavaine, Theo van Rhee,
Siem Jansen en Ab van de Ham.
In de allereerste partijtjes die ik op de trainingen mocht maken, kreeg
mijn neus het, met name tegen mensen als ene Visser en Pantekoek,
zo zwaar te verduren dat ik de helft van de tijd in het kleedhok zat
met een bloedneus. Op aanraden van Ab van de Ham (en mede onder
druk
van mijn moeder!) ben ik toen, alweer op aanraden van Henk Pouw (en m’n
moeder) naar het lokaal van De Halter getogen aan de Lange Nieuwstraat.
Trainer Henk de Nijs Sr. zei het al vlug in sterke bewoordingen: “Ik
heb eigenlijk nog nooit zo’n hark gezien (niet bepaald een compliment,
natuurlijk!), maar je hebt twee goede eigenschappen, je bent erg sterk
en geweldig fanatiek.
"Weliswaar was ik geen geboren worstelaar, maar wat ik in mijn carrière heb bereikt, dank ik aan intensieve trainingen van tenminste vier, vijf keer per week. Mijn mentaliteit, kracht en vechtlust waren verder doorslaggevend.
Overigens is Gerard niet verloren voor de
worstelsport. Op bestuurlijk
en technisch niveau blijft hij zich inzetten voor De Halter. Samen met
Dirk Luider traint hij de jongens van De Halter, terwijl hij daarnaast,
samen met Nol Kooymans trainer is van het district. Maar zegt hij: “Als
Regionaal Trainer ben je nauwelijks actief. De Bond zou richtlijnen
aangeven. Zelf mochten wij geen initiatieven ontplooien, waardoor we nu
al anderhalf jaar wachten op die richtlijnen van de K.N.K.B.
De Bond doet er te weinig aan. De jongens moeten van bovenaf
gestimuleerd worden. Hier in Nederland hebben de worstelaars het gevoel
dat ze er met één of twee keer in de week trainen wel
komen. Zijn er Centrale Trainingen, waarvoor zo’n 16 worstelaars worden
uigenodigd, dan komen er vier of vijf! Zelfs kampioenen van Nederland
blijven gewoon maar weg.
Geest ontbreekt
Een man als Anton Geesink weet zijn jongens te pakken. Bij ons is er op
dit moment niet zo’n figuur. Talent is er wel, maar de geest ontbreekt.
In Nederland willen de worstelaars geen offers brengen om het Europese
peil te benaderen en dat zij er nog lang niet zijn bleek wel in Essen
tijdens de Europese kampioenschappen, waar geen enkele Nederlandse
worstelaar ook maar een greintje conditie bleek te hebben.
Met name de worstelaars uit de Oosteuropese landen hebben een surplus
aan conditie en lichaamskracht.
Zij ontfutselen onze jongens louter puntjes, omdat zij meer conditie
hebben. De buitenlanders kunnen vechten als duivels. De Nederlanders
zijn daarbij vergeleken maar makke lammetjes.
Gerard Ram zegt het wat vertoornd. Bij hem heeft het nooit aan een
volledige inzet ontbroken, al was hij in zijn 18-jarige lange
worstel-carriëre vooral meer een teamwerker dan een individuele
worstelaar. Als trainer van zijn vereniging en als scheidsrechter zal
Gerard Ram nu in de nabije toekomst zijn sport verder gaan dienen.
Morgen zal men hem nog één keer in actie kunnen zien, wanneer zijn vereniging De Halter een wedstrijd organiseert tegen het Belgische team “Fulton” uit Antwerpen. Bestuurders en collega’s van De Halter zullen er dan een waardig afscheid van gaan maken, want daarvoor is Gerard Ram gedurende vele jaren een te bekend figuur in de krachtsportgeweest.